Publicaties

Verspreiding en identificatie van graanhaantjes in Vlaanderen

Graanhaantjes, een genus binnen de bladhaantjes (Coleoptera: Chrysomelidae – Oulema spp.) zijn welgekende pestsoorten van graangewassen in het noordelijk halfrond. Door zeer kleine verschillen in morfologie tussen de soorten in dit genus blijft soort identificatie een uitdaging. Aangezien deze soorten een differentiële fenologie kunnen hebben en dus de datum van bestrijding afhankelijk is van de dominante soort, is het nochtans belangrijk om de soortsamenstelling te kennen. Hierdoor kan ook worden gezocht naar selectieve controlestrategieën zonder een overdaad aan pesticiden te gebruiken.

BINCO bestudeerde mee de verspreiding en soortsamenstelling van graanhaantjes in Vlaanderen. De soortsamenstelling in graanvelden werd bemonsterd overheen drie opeenvolgende jaren. We vonden drie soorten die frequent aanwezig zijn; O. melanopus, O. duftschmidi en O. obscura. Door middel van discriminantanalyse toonde we aan dat deze soorten vrij betrouwbaar geïdentificeerd kunnen worden op basis van metingen van lichaamsdelen (zoals lengte en breedte van het dekschild), maar dat controle aan de hand van genitaliënstructuur nog steeds wenselijk is.

De populatie-densiteiten waren zeer variabel binnen en tussen jaren. Dit zal gerichte controle vermoeilijken en vereist een adequaat grote en spatiaal en temporeel gespreide staalname.

De resultaten van dit project werden gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Entomology en kunnen hier worden bekeken.

Foto: Hilde Christiaens, dit project werd gefinancierd door VLAIO-LA


Intensification of forest for coffee production affects mammals in Ethiopia

Onze verontschuldigingen, dit bericht is alleen beschikbaar in het Engels.


Identificatie door digitalisatie faciliteert collectiemanagement

Natuurhistorische musea stellen zich onder andere als doel om hun collecties te catalogeren en voor wetenschappers wereldwijd beschikbaar te maken. Met miljoenen ongewervelden in zulke collecties spreekt het voor zich dat dit een uitdagende taak is. Daarbij komt specimens vaak geen identificatielabels hebben en soms zelfs verkeerd geïdentificeerd werden. Het benoemen van ongewervelden vereist een actuele kennis van de taxonomische status van de specifieke groep en een diepgaande kennis van de relevante en dikwijls detaillistische kenmerken om het groot aantal sterk gelijkende soorten uiteen te kunnen houden. Daarom worden taxonomische experts vaak uitgenodigd om mee te werken aan het identificatieproces. Klassiekerwijze betekende dit dat een specifieke collectie werd verstuurd naar de expert in kwestie óf dat deze werd uitgenodigd om de collectie te komen bestuderen in het museum. Het versturen van specimens is echter duur en uitermate riskant, er zijn genoeg voorbeelden van typemateriaal  dat op deze manier verloren is gegaan (in de oorspronkelijke publicatie waarin een soort zijn naam krijgt zal de auteur (een) specifiek(e) specimen(s) opnoemen waarop hij zich baseert, dit is het typemateriaal). Om hieraan te verhelpen en het identificatieproces te verbeteren ontwikkelde BINCO een digitalisatie-identificatie protocol gebaseerd op vrijwilligerswerk m.b.v. een betaalbare, doch effectieve camera set-up. Deze methode beperkt de hoeveelheid materiaal dat moet worden uitgezonden en versneld zodus het identificatieproces. Dit betekent een significante meerwaarde voor de organisatie van natuurhistorische collecties.

In een pilootproject digitaliseerde BINCO alle specimens en gerelateerde informatie (o.a. labels) van het genus Calligrapha (Coleoptera – Chrysomelidae/bladhaantjes) uit de collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) in Brussel. In samenwerking met taxonomisch expert Jesús Gómez-Zurita werd de identificatie van de specimens binnen dit deel van de KBIN collectie versneld en liet toe om de Calligrapha collectie wetenschappelijk correct te reorganiseren. De resultaten van dit project werden gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biodiversity Informatics en kunnen hier worden bekeken.


Een nieuwe soort boktor van Cusuco National Park – Honduras

Cusuco National Park ligt in het noordwesten van Honduras in de Sierra del Merendón en bestaat voornamelijk uit nevelwoud. Zoals het geval in grote delen van Honduras vormt ontbossing ook hier een grote bedreiging voor de biodiversiteit, waaronder vele endemische soorten. De beschrijving van nieuwe soorten zoals Derobrachus cusucoensis, een charismatische nieuwe soort boktor, draagt bij aan de ecologische valorisatie van het gebied.

Derobrachus cusucoensis is zelfs voor een boktor een indrukwekkende verschijning en komt vaak af op de lichtvallen die gebruikt worden als deel van de jaarlijkse multisoorten-monitoring door Operation Wallacea. BINCO werkt samen met Operation Wallacea in hun projectgebieden en specialiseert zich daar in het documenteren van de kleinere en minder bestudeerde soortgroepen. Het doel is om deze elementaire soortgegevens op verschillende niveaus in te zetten om unieke ecosystemen zoals de nevelwouden van Cusuco beter te kunnen beschermen. De soort werd beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift Zootaxa en kan hier worden bekeken.


Nieuwe publicatie: Gebruik van compactcamera’s in digitalisatieprojecten

In het kader van een digitalisatieproject in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen ontwikkelden we onze eigen methodiek om digitalisatie van specimens van museumcollecties te vergemakkelijken.  Daarbij waren de twee belangrijkste vereisten dat het een relatief goedkope én snelle methode moest zijn. Dit bleek mogelijk door het gebruik van een compactcamera met ‘focus stacking’ functionaliteit. Dit betekent dat er meerdere foto's van het object genomen worden, met bij iedere foto een andere scherptediepte instelling, waardoor het mogelijk is om één foto te maken die geheel scherp is doordat alle foto's samengevoegd worden. De ontwikkeling van een kwalitatieve maar goedkope methode is belangrijk omdat musea vaak te kampen hebben met een tekort aan personeel en middelen om bij te benen met het digitaliseren van hun collectiemateriaal. Onze digitalisatiemethode wordt op dit ogenblik ingezet in project Chrysomel’ID met de hulp van verschillende waardevolle vrijwilligers.

De resultaten van ons onderzoek werden gepubliceerd in het open access journal ZooKeys. De PDF van het artikel kan je ook vinden op onze publicatiepagina.


Sheka, Ethiopië, Biodiversity Express Survey – Rapport beschikbaar

De resultaten van onze tweede expeditie in Zuidwest Ethiopië zijn terug te vinden in deze Biodiversity Express Survey. Het Sheka woud is een UNESCO biosfeer reservaat en één van de grootste overgebleven bosfragmenten in het land. De biodiversiteit van dit gebied, met zeer uiteenlopende habitats zoals hoogveen in bamboowouden tot laaggelegen rivierbossen, is tot op heden echter onvoldoende bestudeerd. Daarom onderzochten wij de amfibie-, zoogdier- en vogeldiversiteit en noteerden we alle observaties van reptielen, dagvlinders en epifytische orchideeën. Dit rapport zal op termijn worden aangevuld eens meer gegevens beschikbaar zijn (rapport enkel in het Engels).


Nieuw ontdekte populaties van de Ethiopische endemische en bedreigde bananenkikker (Afrixalus clarkei)

Het natuurlijke bosareaal in Ethiopië bedraagt minder dan 3% van de historische toestand. Daardoor loopt de bananenkikker Afrixalus clarkei, tot nu toe enkel gekend van twee populaties in de bosfragmenten in het zuidwesten van het land, een grote kans op uitsterven.

Tijdens onze BINCO expeditie in het Beleta-Gera woud (2014) werden er verschillende nieuwe populaties ontdekt van deze charmante kikkers. Deze nieuwe gegevens zijn veelbelovend en zetten hopelijk aan tot een betere bescherming van de soort.

De biogeografische range van deze soort werd zo uitgebreid met 40 km noordwaarts en 70 km oostwaarts. De hoogte tot waar de dieren voorkomen moet ook worden bijgesteld van 1800 m naar 2030 m boven zeespiegel.

De studie is gepubliceerd in het open-access tijdschrift zookeys en kan hier worden gedownload.


Short note: Manenrat in Ethiopië

Tijdens onze expeditie in Zuidwest Ethiopië vorig jaar (2014) troffen we een manenrat (Lophiomys imhausi) aan op één van onze cameravallen. Dit zou, naar ons weten, de eerste keer zijn dat deze soort in het wild is vastgelegd op een cameraval. Dit schuwe knaagdier was nog nooit in Afromontaan regenwoud ten Westen van de Riftvallei waargenomen. In dit korte artikel, gepubliceerd in het African Journal of Ecology, voegen we onze waarneming toe aan zijn reeds gekende verspreiding.

Het originele cameravalfilmpje:

https://youtu.be/ojTkA5ss3h8